Leerlingenzorg
4. De zorg voor de kinderen
4.1 De aanmelding van nieuwe leerlingen
Als ouders hun kind bij ons op school geplaatst willen hebben, kunnen ze hun kind aanmelden. Dit kan vanaf het moment dat uw kind 3 jaar is. ‘Nieuwe’ ouders kunnen een afspraak maken met de directeur van de school. Eerst krijgen de ouders van de nieuwe leerlingen van de directeur een aantal formulieren. Daarna volgt er een rondleiding door de school. Tijdens de rondleiding gaan wij naar het lokaal van de juf of meester van uw kind. Met hem of haar maakt u een afspraak voor het intakegesprek. De belangrijkste gegevens van de kinderen en ouders/verzorgers worden genoteerd en vragen van de ouders worden beantwoord. Ouders die reeds kinderen op onze school hebben kunnen alleen de formulieren ophalen. Voor alle ouders geldt: graag even uw kind meebrengen bij de kennismaking. De 4-jarigen mogen de dag na hun verjaardag naar school. Tot zes weken voor de zomervakantie kunnen ze na overleg met de leerkracht van groep 1 worden toegelaten. Indien wij vinden dat groep 1 te groot wordt, dan kunnen wij besluiten om tijdelijk een leerlingenstop in te voeren. Voor de kinderen vier jaar worden mogen ze vijf dagen op school komen om te wennen. Aanmelding leidt niet automatisch tot toelating (het kan zijn dat uw kind beter op z’n plek op een andere school of op een andere vorm van onderwijs).

4.2 De zorg voor alle leerlingen
De beste leerlingenzorg is het geven van goed onderwijs. Natuurlijk zijn er verschillen tussen de kinderen, het ene kind heeft de leerstof zomaar onder de knie en het andere kind heeft er meer moeite mee.
We streven ernaar dat het pedagogisch klimaat in de klas zo is dat alle kinderen zich geaccepteerd voelen of je nu goed kunt leren of minder goed. We willen zo les geven dat de kinderen zo veel mogelijk succes ervaren.

4.3 Kinderen die extra hulp nodig hebben
Op onze school geven de leerkrachten extra aandacht aan de kinderen die dat nodig hebben. De leerkrachten proberen met extra zorg de kinderen zo goed mogelijk te begeleiden. Thomina Weijer is onze intern begeleider. Zij coördineert de zorg binnen onze school. Onze onderwijsassistenten Joke van Tuinen en Richt van der Velde ondersteunen de leerkrachten door het geven van extra uitleg in kleine groepjes.
We komen soms tot de conclusie dat alle extra inzet onvoldoende effect heeft en dat er te weinig vordering wordt gemaakt. We overleggen dan met de ouders over de vervolgstappen.
Vier keer per jaar hebben we een groepsbespreking (leerkracht en intern begeleider) en een leerlingbespreking (hele team), waarbij we de kinderen die extra zorg nodig hebben bespreken. We streven ernaar dat de zorgkinderen zo lang mogelijk op onze school kunnen blijven functioneren. We houden de volgende criteria in de gaten:
• Maakt het kind nog steeds vorderingen, ook al zijn die maar klein?
• Voelt het kind zich binnen onze school nog gelukkig?
• Kan dit kind een bepaald minimum leerstof aan het einde van de school halen?

Ook kan er advies en/of onderzoek van het kind worden aangevraagd. Hieruit komt dan een advies hoe ouders en school het kind het beste kunnen begeleiden. Eventueel kan een leerkracht van het speciaal basisonderwijs hulp bieden (ambulante begeleiding).
Soms blijkt het nodig om een kind in overleg met de ouders aan te melden bij het speciaal basisonderwijs (SBO) of speciaal onderwijs (SO). De leerkracht vult dan het zorgrapport in. De Commissie van Toelaatbaarheid oordeelt dan over het wel of niet toelaten van de leerling op de school voor speciaal basisonderwijs.


Versnellen en doubleren
Soms komt het voor dat kinderen versnellen (een groep overslaan) of doubleren (blijven zitten). In ons zorgbeleid hebben wij hiervoor richtlijnen. Uiteraard nemen wij deze beslissing in overleg met de ouders. Een enkele keer kan het voorkomen dat school en ouders verschillende meningen hebben over bijv. het doubleren. Uiteindelijk neemt de school de beslissing.

4.4 Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen
We houden de ontwikkeling en de vorderingen van de kinderen in de gaten door regelmatig toetsen af te nemen. Dit noemen we het Cito leerlingvolgsysteem (groep 1 – en het Pravoo leerlingvolgsysteem (groep 1 en 2). Deze toetsen helpen mee om problemen in de vorderingen van de kinderen zo vroeg mogelijk op te sporen. Twee keer per jaar maakt het team een schoolzelfevaluatie. Hiermee evalueren wij ons onderwijs en stellen wij elk half jaar nieuwe doelen op school-, groeps-, en leerling niveau. Een aantal keren per jaar nemen wij kwaliteitskaarten (vragenlijsten) af om ons onderwijs te evalueren en te verbeteren. Telkens kijken wij kritisch naar de inhoud van ons onderwijs (methoden, werkvormen), instructie (voor lezen, begrijpend lezen, spelling en rekenen gebruiken wij de nieuwste instructiemodellen) en de effectieve leertijd (klassenmanagement). In groep 8 doen de leerlingen mee aan de centrale Eindtoets basisonderwijs van het Cito.

4.5 Passend onderwijs
Passend onderwijs is de nieuwe manier waarop onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben wordt georganiseerd, binnen het basisonderwijs.
In de praktijk gaat het vooral over leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben (voor deze groep leerlingen is er zorgplicht). Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een verstandelijke beperking of een chronische ziekte. Maar ook voor leerlingen met een gedrags- of leerstoornis is passend onderwijs natuurlijk erg belangrijk. Soms is het bij de start op school al duidelijk dat er extra ondersteuning nodig is, soms blijkt dat pas later.

Wanneer gaat passend onderwijs van start?
Passend onderwijs is gestart op 1 augustus 2015. Schoolbesturen hebben dan een zorgplicht en de samenwerkingsverbanden krijgen het geld en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van passend onderwijs. Onze school valt onder het Samenwerkingsverband Friesland.

Wat is de zorgplicht?
Schoolbesturen hebben vanaf 1 augustus 2015 een nieuwe zorgplicht. Dit betekent dat de scholen ervoor moeten zorgen dat iedere leerling die extra ondersteuning nodig heeft, die bij hen ingeschreven staat
of zich aanmeldt, een passend onderwijsaanbod krijgt. De school moet zorgvuldig onderzoeken wat het kind nodig heeft en zal bekijken of de school dit kan bieden.
Het schoolbestuur moet daarvoor nagaan wat de ondersteuningsmogelijkheden van de school zijn eventueel met ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband.
Als de school de ondersteuning zelf niet kan bieden en aangeeft dat uw kind het beste naar een andere school kan gaan, moet de school na overleg met u zorgen dat er een school gevonden wordt die wel een passend aanbod kan doen en uw kind kan toelaten. Momenteel moet u in zo’n situatie nog vaak zelf naar een nieuwe school zoeken. Met de inwerkingtreding van passend onderwijs heeft de verwijzende school die verantwoordelijkheid. Daarbij is het belangrijk dat de school goed met u overlegt welke school passend is voor uw kind.
Iedere school stelt binnen passend onderwijs een ondersteuningsprofiel op. In dit profiel beschrijft de school welke ondersteuning de school kan bieden en hoe deze ondersteuning is georganiseerd.


Informatie verzamelen over de ondersteuningsbehoefte van uw kind
Als een leerling met extra ondersteuningsbehoefte op een school wordt aangemeld dan zal de school informatie verzamelen over welke ondersteuning de leerling nodig heeft. Dit gebeurt ook als de leerling al op school zit, en de extra ondersteuningsbehoefte pas later duidelijk wordt.
U wordt verplicht dat u de informatie deelt met de school. Een kind dossier is bijvoorbeeld een belangrijke bron van informatie.
Voor het opvragen van informatie over uw kind bij andere instanties heeft de school uw toestemming nodig. Het ondersteuningsaanbod voor een leerling die is aangemeld op een reguliere school kent verschillende varianten:
• de leerling wordt op de school van aanmelding geplaatst met ondersteuning die de school zelf biedt;
• de leerling wordt op de school van aanmelding geplaatst met ondersteuning die een andere school of instelling levert;
• de leerling wordt op een andere reguliere school geplaatst die de gevraagde ondersteuning zelf kan bieden;
• de leerling wordt op een speciale school geplaatst.

Aanmelding/weigering
De nieuwe Wet Passend Onderwijs en de nieuwe zorgplicht betekenen dus niet dat scholen verplicht zijn ieder kind een plek te geven binnen de eigen school. Als een school aangeeft dat het echt niet kan zorgen voor passend onderwijs, dan moet er een andere school worden gezocht. Pas als er een andere school is gevonden die de leerling wil toelaten, kan een leerling worden geweigerd. Hierbij zijn wel een paar zaken van belang. Een school mag uw kind niet zomaar weigeren. De school moet aan kunnen tonen dat zij eerst zorgvuldig onderzocht heeft wat uw kind nodig heeft en geprobeerd heeft om de (redelijke) aanpassingen te realiseren.
Een school kan dus niet zomaar zeggen dat een kind met een bepaalde beperking niet welkom is op school, omdat het niet in het ondersteuningsprofiel past. Er moet altijd gekeken worden naar de individuele situatie. Ook is het van belang te weten dat de school waar uw kind is aangemeld er verantwoordelijk voor is om een passende plek te regelen. Dus als uw kind geweigerd of verwijderd wordt op een school, dan moet die school ervoor zorgen dat er ergens anders binnen het samenwerkingsverband een passende plek is. De school moet dit in overleg met u doen.
Als de leerling niet wordt geplaatst op de school van aanmelding moet de school hierover met u in gesprek gaan. Wat vindt u belangrijk in een school? Heeft u een voorkeur voor een andere school?
Een school kan niet zomaar uw kind op een andere school plaatsen.
De hele procedure aangaande wel of niet toelating van uw kind, mag maximaal zes weken, met eventueel verlenging van vier weken duren.

Bezwaar
Als u het niet eens bent met het ondersteuningsaanbod of de plaatsing op een andere school dan kunt u verschillende acties ondernemen: aankaarten bij de school of een onderwijsconsulent om ondersteuning vragen. Wordt uw kind ongelijk behandeld op grond van handicap of chronische ziekte, dan kunt u om advies vragen bij het college voor de rechten van de mens. U kunt bezwaar maken bij het schoolbestuur of bij de landelijke geschillencommissie ‘Passend Onderwijs’ . In het uiterste geval kunt u als ouders naar de rechter stappen. U kunt er ook zelf voor kiezen om uw kind alsnog ergens anders aan te melden.

Verwijzing SBO of SO
Net als reguliere scholen zijn ook speciale scholen aangesloten bij de samenwerkingsverbanden.
U kunt uw kind direct aanmelden bij een speciale school wanneer er sprake is van een ernstige lichamelijke en/of verstandelijke beperking.

Ontwikkelingsperspectief
In het oude systeem kregen leerlingen met een rugzakje of in het speciaal onderwijs een handelingsplan. Dat wordt in het passend onderwijs vervangen door het ontwikkelingsperspectief (OPP). Leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte krijgen ermee te maken. Binnen zes weken na plaatsing van een kind op school wordt dit ontwikkelingsperspectief vastgesteld.
Niet alleen de naam is anders, er zijn ook een paar verschillen tussen het oude handelingsplan en het nieuwe ontwikkelingsperspectief. Het ontwikkelingsperspectief bestaat uit twee onderdelen.
Het ene deel richt zich op de ontwikkelingsmogelijkheden van een leerling op de lange termijn. Er wordt gekeken naar de doelen aan het einde van de schoolloopbaan. De school overlegt over deze doelen met u.
Het andere deel van het ontwikkelingsperspectief gaat over de ondersteuning die wordt ingezet en de acties die worden gedaan om de doelen te bereiken. Wat betreft dit deel dienen u en de school het met elkaar eens te worden. De voortgang wordt geregistreerd en ieder jaar evalueert de school met u het ontwikkelingsperspectief.

4.6 De overgang naar het voortgezet onderwijs
Voor de kinderen uit groep 8 wordt de keuze van een vervolgschool actueel. Na 7 à 8 jaren basisschool is het meestal vrij duidelijk geworden hoe het kind zich ontwikkelt en welke richting hij/zij straks het beste uit kan. In groep 8 doen alle kinderen mee aan de centrale Eindtoets basisonderwijs, om zo ook nog een onafhankelijke meting over hun leerprestaties te krijgen. In februari en maart houden de scholen voor voortgezet onderwijs open dagen. Ook krijgen u en uw kind via onze school de nodige voorlichting over het voortgezet onderwijs.
In maart wordt geprobeerd om in goed overleg met ouders, kind en leerkracht van groep 8 tot een definitieve schoolkeuze te komen. De Plaatsingswijzer (hierin staan de cito toetsgegevens vanaf groep 6) is een instrument dat gebruikt wordt bij de keuze voor het voortgezet onderwijs. De inschrijving bij het vervolgonderwijs kan daarna via onze school geregeld worden.

Het afgelopen jaar zaten er 14 leerlingen in groep 8. Deze leerlingen kregen het volgende plaatsingsadvies m.b.t. het voortgezet onderwijs:
VMBO (beroeps/kader) 0
VMBO TL 4
VMBO TL / HAVO 1
HAVO 5
VWO 4

4.7 Bij het verlaten van de school
Van leerlingen die de school verlaten (aan het eind van groep 8 naar het voortgezet onderwijs en in andere groepen door bijvoorbeeld verhuizing) wordt een onderwijskundig rapport gemaakt voor de ontvangende school.

4.8 Verzekering
Er is voor onze school een verzekeringspakket afgesloten, bestaande uit een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering.
Op grond van de ongevallenverzekering zijn alle betrokkenen bij schoolactiviteiten (leerlingen, personeel, vrijwilligers, overblijfouders) verzekerd. De verzekering geeft recht op een (beperkte) uitkering indien een ongeval tot blijvende invaliditeit leidt. Ook zijn geneeskundige en tandheelkundige kosten gedeeltelijk meeverzekerd, voor zover de eigen verzekering van betrokkenen geen dekking biedt (bijvoorbeeld door eigen risico). Materiële schade, zoals een kapotte bril, valt niet onder deze verzekering.

4.9 Toelating en verwijdering van leerlingen / pesten
Het bestuur van de vereniging beslist over toelating of eventuele schorsing of verwijdering van leerlingen. U kunt uw kind(eren) gewoon aanmelden bij de schoolleiding van CBS Op Streek (zie 4.1 De aanmelding van nieuwe leerlingen). Bij toelating als leerling van onze school vragen we aan de ouders van het kind dat zij met de uitgangspunten van de school instemmen of die tenminste respecteren.
Ernstig wangedrag van de leerling of de ouder kan aanleiding zijn om een leerling van school te verwijderen of voor een tijdje te schorsen. Mocht een dergelijke situatie zich voordoen dan moet het bestuur een zorgvuldige procedure volgen. Voor het bijzonder onderwijs staat die beschreven in artikel 63 van de Wet op het Primair Onderwijs. Ouders hebben daarbij altijd de mogelijkheid tot het indienen van een bezwaarschrift.

Pesten op school
Wij willen een leefbare school die aan alle leerlingen een veilige plek biedt. Pestgedrag wordt op onze school niet getolereerd! Wij willen door duidelijk beleid en het hanteren van een pestprotocol het pesten op onze school een halt toe roepen.


Doel van het pestprotocol
Een protocol tegen pesten probeert door samenwerking het probleem van het pestgedrag bij kinderen aan te pakken. Hiermee willen we het geluk, het welzijn en de toekomstverwachting van de kinderen verbeteren. Het belangrijkste uitgangspunt bij pesten luidt:
• Word je gepest, praat er thuis en op school over.
• Je moet het niet geheim houden!!
• De gouden regel vanuit het pestprotocol voor de kinderen is: Voor groot en klein zullen we aardig zijn.

De (G)MR, het bestuur, de ouderraad, de directeuren en teams van de vereniging PCBO Ferwerderadiel verklaren het volgende: Pesten is een wezenlijk en groot probleem. Pestgedrag is schadelijk tot zeer schadelijk voor kinderen, zowel voor de slachtoffers als voor de pesters. Dit ernstige probleem moet aangepakt worden, in het bijzonder door de ouders en op schoolniveau door de leerkrachten.
GMR, directie en personeel moeten zo goed mogelijk samenwerken met leerlingen en ouders om het probleem pesten op te lossen.

Directie en personeel verplichten zich tot het volgende:
• Hulp bieden aan het gepeste kind;
• Hulp bieden aan de pester;
• Aandacht geven aan de zwijgende meelopers;
• Hulp bieden aan de leerkracht;
• Hulp bieden aan de ouders;
• Het bewust maken en bewust houden van alle betrokkenen van het probleem;
• Het gericht voorlichten van alle betrokkenen binnen de vereniging;
• Het aanleggen van toegankelijke, goede informatie over het probleem pesten.

Wij willen bij ons op school pestgedrag voorkomen en gebruiken daarvoor het materiaal van de methode Leefstijl. De Leefstijlprogramma’s hebben als doel om een positieve houding en positief gedrag te stimuleren bij leerlingen door het ontwikkelen en in praktijk brengen van sociale vaardigheden.

Samenvatting pestprotocol CBS Op Streek Ferwert
• Aan het begin van het schooljaar wordt met de kinderen besproken hoe we met elkaar omgaan in de groep en op school. De ‘schoolregels’ en ‘pesten’ zijn opvoedkundige thema’s binnen Leefstijl.
• Als je gepest wordt, moet je dit thuis altijd vertellen en ook de groepsleerkracht hiervan in kennis stellen.
• Klasgenoten moeten geconstateerd pestgedrag melden bij de leerkracht, zo niet, dan zijn ze medeschuldig aan het in stand houden van het pesten.
• Er wordt contact opgenomen met de ouders/verzorgers van de gepeste en de pester.